 |
| Ver, verder, verst |
Een geneste vakantie: vanuit het in Bischholtz gehuurde appartement ondernemen we een uitstapje-met-overnachting naar het zuiden, de Boven-Rijn. Daar willen we tenminste een paar van de oorden aftikken die ons Michelin-gidsje aangeeft als "reden genoeg om op vakantie te gaan" - zoals Straatsburg, Colmar, en het kasteel Haut-Koenigsbourg.
Het zijn geen enorme afstanden die we hoeven af te leggen, maar voor het eerst in onze vakantie krijgen we wel te maken met volle snelwegen, wegwerkzaamheden en dus vertragingen. We geven de routeplanner van de auto opdracht om ons eromheen te leiden. Waarschijnlijk maakt het in tijd niet veel uit, maar je rijdt liever een uur op driekwart snelheid dan dat je een kwartier stilstaat. Zo althans denken wij erover.
 |
| Haut-Koenigsburg |
De eerste stop is een kasteel waarvan ik de naam nog steeds niet vloeiend uit kan spreken: Haut-Koenigsbourg. Ik weet niet hoe Fransen of Duitsers het beleven, maar dit mengsel van twee incompatibele talen wil er bij mij niet uit. Net als een aantal van de Loire-burchten (en net als zo'n beetje de hele Elzas) herinnert ook dit kasteel aan talloze conflicten tussen de buurnaties, maar anderzijds is het verloop van die conflicten, en trouwens ook de tijdsspanne, compleet anders. Zijn huidige staat heeft H-K te danken aan de laatste Duitse keizer, Wilhelm II, die er bij wijze van politiek statement en ook uit romantische overwegingen aan het begin van de 20e eeuw weer een middeleeuws slot van wilde maken. Het schijnt echt een soort pet project van hem geweest te zijn, hij liet zelfs een spoortje aanleggen zodat hij zonder al teveel moeite kom komen inspecteren,
 |
| Heuvel of berg? |
Het kasteel ligt al van verre te pronken bovenop een forse heuveltop, als het al geen berg moet heten. (Wanneer gaat het een in het ander over? Bij 600 meter, zegt de Britse wet (zie de kostelijke film "
The Englishman Who Went Up a Hill But Came Down a Mountain". H-K ligt op 743 meter hoog. Correctie: bovenop een lage bergtop.) Parkeren is een kwestie van risico-analyse: waar langs de weg is de dichtst bij het kasteel zelf gelegen vrije plek? Wij zitten aan de voorzichtige kant van de analyse en lopen als gevolg daarvan honderden meters verder dan strict noodzakelijk.
Even tussendoor: er is absoluut iets voor te zeggen dat de afstand naar je beoogde doel (wat dat dan ook is) niet te kort moet zijn. Het overbruggen daarvan geeft je gelegenheid tot een reset, het klaarmaken van de geest voor de ervaringen die wachten. Ik weet zelf dat het (korte) fietstochtje tussen de Westerstraat en de UT om die reden een goede, structurerende functie heeft - iets dat ik miste toen ik een goed jaar geleden maandenlang alleen naar mijn studeerkamer hoefde te sloffen om de werkdag te laten beginnen.
 |
| Recente transen (en mezekouwen!) |
H-K roept in ons een gemengde reactie op. We zijn absoluut niet vreemd aan de instellling van Wilhelm II die hem ertoe bracht de hoofdtoren 14 meter hoger te laten herbouwen dan het origineel ooit geweest is: de romantische inslag die 19e-eeuwse overrijke edelen ertoe bracht follies te laten bouwen, die Château d'Ussé tot op de dag van vandaag polulair maakt en die de reden is dat springkussens in het Engels "bouncy castles" genoemd worden. Anderzijds: van een écht middeleeuws kasteel verwcht je meer erosie en minder 90-graden-hoeken. Oftewel: licht kitscherig. Then again: als kitsch zelf eenmaal meer dan een eeuw oud is, heeft het zijn eigen charme gekregen. Neo-gothiek en neo-classicisme zijn tenslotte inmiddels ook niet meer vulgair.
 |
| Doorkijkjes |
De lichte overdaad aan torens, transen, trappetjes en doorkijkjes is in ieder geval toeristisch toegankelijk gemaakt op een manier die mij aanspreekt. Op diverse plekken staan lieden in klederdracht klaar om op moderne wijze de historische context toe te lichten; en overvloedig fotomateriaal maakt duidelijk hoe men kort na de vorige eeuwwisseling te werk is gegaan om de historie zoveel mogelijk recht te doen. Het stadium van Schiller, die dynamiet gebruikte om die delen van Troje te "ontdekken" waarin hij geïnteresseerd was (ten koste van alle ontwikkelingen in de drie tussenliggende millennia), was men ten tijde van Wilhelm II gelukkig al ver voorbij.
We verlaten het kasteel onder medeneming van een bouwplaat en een stripboek "Haut-Koenigsbourg - A Sherlock Holmes Mystery", lopen de honderden meters terug naar de auto om de geest te resetten voor de hierop volgende rit, en rijden naar Colmar. Daarop is Margrieta aanzienlijk beter voorbereid dan ik. We wurmen de auto resoluut het centrum in en vinden zonder enig probleem, de normaalste zaak van de wereld een parkeerplek in het hart van de stad, naast een van de twee kathedralen die de plaats rijk is.
 |
| Colmar: Rijke en eerbiedwaardige historie |
Colmar is een mooie stad. Het bruist! Het is er super-toeristisch, maar ook levend. Hoe het kan? Schiet mij maar lek. Terrasjes en souvenirwinkeltjes wisselen elkaar af, maar er is ook verkeer, bloemen en (natuurlijk) een toeristentreintje. Ook hier een eerbiedwaardige historie, maar wat het meest opvalt is de handelsrijkdom die de stad moet hebben vergaard in de periode waarin het een van de tien steden van de "Decapolis" was; een verbond dat mij sterk doet denken aan dat van de Hanzesteden, hoewel ik al zoekend op het alwetende internet weinig dwarsverbanden vind. Hoed dan ook, als het mooiste huis in de stad is gebouwd in opdracht van een hoedemaker dan zegt dat genoeg, dunkt me.
 |
| Vroegere handel en huidig toerisme ineen |
Wat Colmar niet meer biedt rond deze tijd is een fatsoenlijke lunch. Bij "fatsoenlijk" lees: al het andere dan een hamburger of het Elzassiche analogum daarvan: Flammkuchen. Zelfs de halfduitse Fransen in de Elzas zijn kennelijk super-conservatief als het gaat om etenstijd: Gij zult niet lunchen na 14 uur (naast het al eerder gememoreerde Gij zult niet dineren voor 19 uur). We vinden uiteindelijk een terras waar men ons nog wel een salade wil voorschotelen, die echter in de woorden van Margrieta de slechtste is die ze ooit gehad heeft. Mijn bezwaar tegen Flammkuchen is niet zo uitgesproken.
 |
| Riquewihr: Colmar in het klein |
Musea vermijden we ook vandaag, anders hadden we in Unterlinden (naar mijn weten niet gelieerd aan Voorlinden) nog wel wat uurtjes kunnen verpozen. Misschien een ander keertje. We richten de Tomtom nu op Riquewihr, de PBVF waar we een slaapplaats hebben bemachtigd. Het zijn maar kleine eindjes rijden. Weer eindigen we naast een kerk, een van de twee die de plaats rijk is. Riquewihr is Colmar in het (heel) klein: dubbel zo toeristisch, nog niet een tiende aan bruis. Ons hotel is het eerste in mijn herinnering waarin ik een wenteltrap naar mijn kamer moest nemen. Hoewel het gebouw oud genoeg is om het aannemelijk te maken dat deze origineel is, valt op dat de trap verkeerdom draait voor doeleinden van verdediging, namelijk (omhooggaand) tegen de klok in, net trouwens als een van de trappen in H-K eerder vandaag. De kamer is klein (onze hoeveelheid bagage gelukkig evenzo), het bed goed.
 |
| Toeristenwinkeltjes |
Ook vandaag hebben we (wijs gebleven) een tafeltje gereserveerd, 19:00 sharp. Tot die tijd lopen we een paar toeristenwinkeltjes in, kopen een lokaal biertje of twee en een overschaaltje. Het eten genieten we in een kelder, gezeten naast een ander Nederlands en een Zuidafrikaans gezelschap, op gedempte toon. De conversaties van anderen komen altijd en overal stupide over, zonder twijfel is dat wederzijds; moet een sociologisch effect zijn. Leuk is dan weer om te raden wat voor soort gezelschappen aan de buurtafels zitten.
 |
| Laatste rondje Riquewihr |
Er is nog net wat daglicht over voor een laatste rondje door Riquewihr. Terug op de kamer doe ik onder het genot van een paar van de lokale biertjes een poging mijn blogachterstand in te lopen, maar zoals gewoonlijk is dat een gevecht dat ik gedoemd ben te verliezen. Een voodeel van vroege naar huis gaan is dat de potentiële achterstand op geheel natuurlijke wijze beperkt wordt.
Reacties
Een reactie posten