 |
| Ancienne Douane, Straatsburg |
Uit wat je doorgaans leest over het circus van het Europese parlement valt niet op te maken wat de zin is van het bestaan van Straatsburg als regeringsstad naast Brussel. Zoals zo vaak blijkt de zaak bij nadere analyse wat genuanceerder te liggen en kan je op historische gronden net zo goed de omgekeerde vraag stellen: wat is de zin van Brussel als regeringsstad naast Straatsburg?
Wat de tegenwoordige of toekomstige verhoudingen ook mogen zijn, vast staat dat Straatsburg net als de rest van de Elzas een zeer bewogen verleden heeft. Herman Finkers beweerde over Tante Sien (een café in Vasse) dat zij dankzij de oorlog ook in Duitsland geweest was, en dus toch wat van de wereld gezien had. In dezelfde trant heeft Straatsburg in het afgelopen millennium meer van de wereld, meer specifiek Europa, gezien dan de inwoners lief zal zijn geweest.
Maar we zijn nog niet zo ver. Eerst het express-ontbijt in ons hotel (één croissantje pp, kwalitatief maar niet kwantitatief superieur aan het baksel in Bischholtz), daarna toch maar snel nog een bakker opgezocht om dit aan te vullen. De auto bevrijd uit de muren van het stadje, en met de neus naar Château Saint-Ulrich gericht. Dat is een kasteel in het naburige stadje Ribeauvillé dat mooi op foto's uitkomt, en dus een bezoekje waard lijkt nu we toch in de buurt zijn.
 |
| Les trois châteaux de Ribeauvillé |
Hoewel het vandaag voor het eerst echt bewolkt is, met laaghangende flarden die weinig hoop op zonnige perioden bieden, ontwaren we op de groene hellingen niet één maar maar liefst drie kastelen, zo dicht bij elkaar dat je elkaar vanaf de muren goeiemorgen moet kunnen toeroepen, bij wijze van spreken. Het schreeuwt om een inspectie van naderbij, en de Tomtom van de auto beweert dat je er met en spiraalvormige beweging in de buurt moet kunnen komen.
Dat blijkt een zeer optimistische voorstelling van zaken te zijn. Misschien dat het navigatiesysteem ergens een vinkje "4-wheel-drive" aan heeft staan dat we niet ontdekt hebben; de paden die we zouden moeten berijden om zelfs maar tot het eerste kasteel te komen zien er niet uit alsof we daar de auto van mijn ouders aan moeten wagen. In combinatie met het dreigende weerbeeld en onze recent opgedane zelfkennis aangaande afdalingen betekent dit rechtsomkeert. Gelukkig was ons die ene blik gegund op "les trois châteaux", zoals ze hier inderdaad aangekondigd staan.
 |
| De Ill in Straatsburg |
Dan nu toch echt naar Straatsburg. Daar zou je vast wel een hele week kunnen slijten, zeker als de geest op museumbezoek is ingesteld - een toestand die de onze nog altijd niet hebben bereikt. Op het programma staan in ieder geval: een fatsoenlijke lunch, de beroemde kathedraal, wat slenteren door de oude binnenstad, inclusief de wijk La Petite France - het laatste eventueel per rondvaartboot.
 |
| Timpaan van de kathedraal (en treintje) |
De lunch, in de Ancienne Douane aan de rivier de Ill (ie-el-el, spreek uit iel; in sommige lettertypen een onleesbare naam, want niet te onderscheiden van het Romeinse cijfer III), heeft sfeer en redelijke kwaliteit. De kathedraal is er daarna heel vlakbij, een paar oude straatjes verderop. Met Colmar en ook Riquewihr in het zeer recente geheuren dringt zicht de vergelijking op. Straatsburg is natuurlijk nog een orde groter (ik schatte 500.000 inwoners, dat blijkt een factor twee teveel te zijn), en ontbeert daardoor de graad van intimiteit van Colmar. Dat is overigens lastig te scheiden van mijn eigen gemoedstoestand, die deels door het aanzienlijk slechtere weer en deels door de aanzienlijke pijn in mijn rechterschouder negatief beïnvloed wordt. (En uiteraard zijn mijn indrukken alleen gebaseerd op de oude stad; als de vergelijking met Brussel opgaat, zou dat deel waar de Europese activiteiten plaatsvinden wel eens afschuwelijk kunnen zijn.)
De kathedraal, met de op één na hoogste kerktoren in Frankrijk en de zesde ter wereld, is het bezoek zeker waard. Van de torenhogte profiteren we trouwens niet, als hij al niet dicht is vanwege COVID is de ingang (en ticketverkoop) niet evident genoeg om ons op te vallen - en we gaan er ook niet naar op zoek. Wel vergapen we ons kortstondig aan de klok, die elk uur bewegende delen vertoont, en dat al vele eeuwen lang. (Nou ja, de huidige klok is de derde van zijn soort en stamt uit 1842, maar zijn voorgangers waren ook illuster.) Je moet er eigenlijk om 12:30 zijn voor de complete voorstelling, die hebben we gemist; om 14:00 wordt er enkel op twee belletjes geslagen.
 |
| De op één na hoogste kerktoren in Frankrijk |
Interessant is dat de kathedraal een tijd lang evangelisch is geweest, maar daarna weer bekeerd is tot het katholicisme. De relatie van deze streek tot de reformatie is niet heel eenduidig: hier en daar lezen in gidsen en op websites iets over Luther en andere bekende namen uit de reformatie, en je zou denken dat de nabijheid van Basel betekent dat hier ook wel calvinistische invloeden kunnen zijn geweest. Mij lijkt de congruentie tussen de plaatsnaam Haguenau en de benaming Hugenoot dusdanig groot dat er van een etymologisch verband sprake zou kunnen zijn, maar dat vind ik nergens bevestigd en moet dus de boeken ingaan als een goropisme.
 |
| Het ándere Paleis van Rohan |
De rondvaartboot blijkt al volgeboekt te zijn tot na de tijd waarop wij Straatsburg verlaten willen hebben. Er gaat waarschijnlijk niet veel aan verloren; la Petite France is zeer beloopbaar, en vermoedelijk is dat vanaf het water het leukste stukje. Hier liggen een paar eilandjes in de Ill, en heeft de rivier een dusdanig groot verval dat er zelfs een sluisje aan te pas komt om boten die kant op te krijgen. Een fotootje naar Ruud gestuurd: hij herkent het niet, kent het wel en vertelt dat de Damsterdiep te groot is voor dit stuk water. Dat had ik al haast wel gedacht. We zien een paar kano's (kayaks) wildwateroefeningen doen.
 |
| La Petite France |
Op de eilandjes bevonden zich handels- en fabrieksgebouwen, vertellen ons infoborden. Daar is niet heel veel van over, het is verpauperd geraakt en het meeste is mid-20e-eeuw gesloopt. Jammer, als daar toen geen geld voor was geweest was het vermoedelijk blijven staan, vijftig jaar later als industriële architectuur (h)erkend en mooi opgeknapt, en was het nu een b(l)oeiende wijk geweest. Zoiets als de Speicherstadt in Hamburg. Zoals het er nu bijligt is het licht teleurstellend: niet eens vergane glorie maar meer de herinnering daaraan. Wel een paar leuke gebouwen en straatjes, maar geen hoogtepunt.
 |
| Blik vanaf de Illkade |
We lopen terug langs de Illkade en vinden de auto netjes in de parkeergarage die we voor hem bedacht hebben. Dat was dan Straatsburg, en dat was effectief onze vakantie. In plaats van een paar dagen langer, zoals we van plan waren als het weer ons de verhoopte dagen in de zon had gebracht, zittend en boekjelezend, wordt het een paar dagen korter. Even hebben we nog met een plannetje gespeeld om via Hildesheim terug te rijden om herinneringen op te halen aan mijn vijf jaar aldaar, maar mijn schouder doet au en Groningen lokt.
De terugrit verloopt in stadia: nu eerst profiteren van de nabijheid van een echt grote supermarkt om wat Franse smaken voor thuis in te slaan. Het wordt Leclerc, de meest luxe van de Franse mega-supermarkten. Daarna over de best drukke snelwegen noordwaarts, verderop minderend naar regionale wegen en uiteindelijk weer, zonder verdere belevenissen, de dorpsweggetjes van de Bas-Rhin.
Reacties
Een reactie posten