Vrijdag 30 juli: À l'est

Dag, Loiredal!
Precies waarom weten we geen van beiden meer, maar we hebben onze Franse vakantie opgedeeld in vijf volle dagen in het kasteelrijke Loiredal, gevolgd door een reisdag en dan zes volle dagen in de verre oostelijke Elzas. Gemakkelijk hadden we dagen langer kunnen doorbrengen tussen middeleeuwen en renaissance; we hebben niet gefietst, niet gezwommen, nauwelijks in de zon gezeten. Dat laatste is trouwens meer te wijten aan de algemene weersomstandigheden, die Frankrijk onwaardig zijn, maar toch. (Je kunt het natuurlijk ook anders formuleren: er is genoeg over voor nog minstens één toekomstige vakantie.)

Reisdag betekent ook daadwerkelijk reisdag: de af te leggen afstand is niet veel kleiner dan die op de eerste vakantiedag. Frankrijk is breed, en de Elzas - in het bijzonder ook het noordelijke stuk waar ons volgende appartement te vinden is - ligt in het uiterste noordoosten, grenzend aan Duitsland en Luxemburg. We laten ons ontbijt daarom een uurtje eerder neerzetten, en slagen er daadwerkelijk in om al om 9 uur weg te rijden.

We krijgen desgevraagd een extra baguette mee voor onderweg. De eigenaars/uitbaters zijn alleraardigste mensen, maar mij bekruipt bij het achtergrondverhaal een vrij ongemakkelijk "Ik vertrek!"-gevoel - juist, die serie waarbij Nederlanders hun geluk beproeven door in een of ander buitenland een B&B te starten, vaak hoogst onvoorbereid en naïef. Deze mensen hebben deze tent vijf jaar gelegen gekocht; en dan zit je eraan vast, goedschiks of coronaschiks. Je bent volkomen afhankelijk van omstandigheden die je niet in de hand hebt, bent elke dag in touw, en hebt behalve super-aardige gasten als wij natuurlijk ook onmogelijke mensen met onmogelijke wensen. Je moet in een paar maanden je kostje verdienen voor het hele jaar, en zit de rest van de tijd gevangen in een heel stil dorpje in een verre streek. Het moge duidelijk zijn: niets voor mij.

7 uur van Loire naar Lzas
Inmiddels hebben we de actieradius van de afgelopen dagen ver overschreden en rijden we langs Chambord en Blois, twee van die hoogtepunten die we tot de volgende keer bewaren. Op naar Orléans, in de voetsporen van Jeanne. Zoals overal in Frankrijk lijkt elke weg naar Parijs te voeren, maar na Orléans geven de borden het op en kunnen we zonder verdere afleiding ons weegs gaan. Onze noordoostelijke drang betekent wel dat we regelmatig diagonaal willen oversteken waar de snelwegen een rechthoek vormen. Dat kost zoveel kilometers extra dat we besluiten na Troyes een D-weg in te slaan (in Nederland zou het een N-weg heten): minder km/u maar ook minder km, dus misschien uiteindelijk toch ook minder u: en ach, we zijn vandaag toch niets anders van plan.

Bij een plantsoentje in het centrum van Saint-Dizier verorberen we ons meegekregen stokbrood met een aldaar in een supermarkt gescoord kaasje. (Het traject via de D-weg blijkt het bijkomende voordeel te hebben dat je er kunt tanken voor 30 ct/l minder dan aan de snelweg.) Saint-Dizier zegt ons verder niets, maar er zijn maar weinig plaatsen in Frankrlijk die helemaal niet op een stukje belangwekkende geschiedenis kunnen bogen: in dit geval dat een zekere Corsicaan, wiens naam homoniem is met Boon Aparte, hier voor aanvang van zijn carrière schoolgegaan is in de militaire academie, en dat diezelfde Corsicaan hier aan het eind van zijn carrière nog een veldslag heeft gewonnen.

De km's en u's rijgen zich aaneen. Even doemt ter rechterzijde een regenbuitje op, maar in plaats van dat dat doorzet wordt het juist blauw en zonnig. De wegen zijn niet vol. Op een D-weg is een vrachtwagen voldoende voor tempoverlies; toch blijven we goed op schema voor een aankomst in Bischholz tegen 18 uur. Er zijn al wat appjes uitgewisseld, tot schrik van Margrieta in het Duits. Wat is de voertaal in dat deel van het land? Het alwetende internet houdt het op Elsassisch, een variant op het Duits zoals ook het Schwyzerdütsch dat is. Het is per slot ook tot een eeuw geleden Duits grondgebied geweest.

Bischholtzer binnenplaats vanuit ons appartement
Onze bestemming, Bischholtz, bevindt zich op de ANWB-routekaart in een grote witte vlek. Uiteraard hebben digitale routewijzers daar geen last van, maar eenmaal van de snelweg af blijkt dat het concept "doorgaande weg" hier inderdaad nog niet doorgedrongen is. Over hoge en brede heuvelruggen met schilderachtige landschappelijke vergezichten via bosrijke dalen kronkelt de weg zich door het ene na het andere kleine dorpje. Veel vakwerkhuizen, veel rotondes die meer het afremmen dan het doorstromen van verkeer tot doel lijken te hebben. Bischholtz is zelf ook zo'n klein dorpje. Ons appartement blijkt zich op een soort binnenplaats te bevinden waarop je pas terecht komt na het passeren van een grote schuur-achtige deur. We hebben wat moeite met die passage omdat we vergeten zijn tijdig te bellen en dus kortstondig wat verloren voor die grote deur staan. Als dat is opgelost zien we dat we ditmaal echt een compleet appartement hebben, een soort maisonette met 2 verdiepingen en 6 bedden. De binnenplaats wordt druk bespeeld door kinderen van de twee belendende huizen. Het heeft wat gezelligs maar geeft tegelijk een wat opgesloten gevoel.

Avondmaaltijd
Er moet natuurlijk nog avondgegeten worden. Er is een infomap met rijkelijk tips. In Bischholtz zelf is helaas noch een winkel noch een restaurant te vinden, maar in een buurdorp 10 km verderop kunnen we een tafel reserveren om de on-Franse tijd van 18:45. Het worden Flammkuchen - inderdaad, we zijn echt vlak bij Duitsland. Overigens lijkt men het Frans toch wel iets beter machtig te zijn dan het Duits, wat dat betreft is het laatste woord nog niet gesproken.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Dinsdag 3 augustus: La Capitale de l'Europe

Zaterdag 31 juli: qu'est-ce qu'on fait en Elsace?