 |
| Abbaye de Fontevraud |
Frankrijk heeft veel geschiedenis, zo weet ik nog wel van de middelbare school. Maar waar die ook weer uit bestaat? Karel de Grote gekroond in 800, Slag bij Hastings 1066, Franse revolutie 1789; daarna wordt het een klein beetje bekender terrein. Er zitten heel wat eeuwen tussen waar ik nu een heel dikke onvoldoende voor zou krijgen.
Na een nacht in diepe rust (alleen kortstondig onderbroken door de kat des huizes, Watson, die via het raam een kijkje wilde komen nemen) en een ontbijt in al even collectieve modus als het diner van gisteren (mijn vocubalaire is niet magisch gegroeid gedurende de nacht) maken we ons snel op voor de eerste bestemming: de voormalige benedictijnse abdij van Fontevraud. Meteen een voltreffer! De abdij blijkt vele eeuwen lang een van die ons onbekende hoogtepunten van de Franse geschiedenis te zijn geweest; eigenlijk sinds de stichting helemaal in het begin van de 12 eeuw. Met een klein beetje afronden: duizend jaar geleden. Zeer verrassend bovendien dat hier sprake was van een gemengd klooster, met aan het hoofd ook nog eens een abdes; en dat al die eeuwen lang. Totdat de Franse revolutie er een eind aan maakte en het complex een kleine twee eeuwen dienst deed als gevangenis van meer wereldlijke aard.
 |
| De abdijkerk |
Misschien wel vanwege die recentere historie is het nog niet eens zo gemakkelijk om de ingang te vinden. We zetten de auto op een geëigende P en raden de rest van de weg te voet, richting centrum van het dorpje Fontvreaud-l'Abbaye: ver kunnen we er niet naast zitten. Pas na het passeren van een toegangspoort (coronacheck, mondkapje) opent zich het uitzicht op een majestueuze abdijkerk met aanpalend kloosteromplex en vooralsnog niet nader gedetermineerde bijgebouwen. Daar bewegen we ons stapsgewijs doorheen.
In de naaf van de kerk zijn originele stenen grafmonumenten van de pappie en mammie van Richard Leeuwenhart opgebaard, te weten Hendrik II en Eleonora van Aquitanië; en ook van Richard zelf en een tante. De naam Eleonora doet nog wel ergens een belletje rinkelen. We lezen over de tijd waarin Engeland nog niet zo lang door de Fransen onderworpen was, en men het waarschijnlijk beschouwde als een soort kolonie. Koningen, markiezen en graven buitelden over elkaar heen in intriges, schermutselingen en oorlogen om de heerschappij van het ene of andere gebied, zonder daarbij kennelijk veel onderscheid te maken tussen Engeland en Frankrijk. Mijn enige inkijkje in deze tijd is via de boeken van Brother Cadfael, de benedictijnse monnik-detective uit Shrewsbury. Die spelen een generatie eerder, in de tijd van de ouders van Hendrik (en Eleonora); het feit dat de schrijfster, Ellis Peters, historica was verleent de daar geschetste achtergrond enige autoriteit.
 |
| Eleonora en Hendrik |
De restauratie van het complex is nog niet zo lang geleden afgesloten. Men heeft geen genoegen genomen met uitsluitend in oude staat terugbrengen: door middel van smaakvolle kunstuitingen zijn er ook hedendaagse elementen opgenomen tussen het geelwitte tufsteen waaruit hier zo'n beetje alle monumentale bouwwerken zijn opgetrokken. De combinatie van serene architectuur en onvermoed rijke geschiedenis maakt het tot een zeer boeiend bezoek. De vergelijking dringt zich op met Le Thoronet, een cisterciënzer klooster dat we vier jaar geleden bezochten in het diepe zuiden: dat is afgelegener en op kleinere schaal, maar overtreft Fontevray (in mijn herinnering) nog in sereniteit.
 |
| Kunst in het klooster |
Op weg naar Fontevraud (overigens: de bron van Evraud, naar men beweert een beruchte schurk die bekeerd werd door de stichter van het klooster, waarna de op miraculeuze wijze ontspringende bron de reden was om deze locatie te kiezen) hebben we een pitsstop gemaakt bij een Carrefour in Avoine, alwaar we brood en kaas bemachtigd hebben. Na het vinden van een kortere weg terug naar de auto maken we die nu soldaat op een bankje in de zon, voordat we onze weg vervolgen.
Volgende stop: ons eerste kasteel, dat van Brézé. Geen hoogte- maar juist een dieptepunt: niet het kasteel zelf is het bijzonderst - elke Nederlandse provincie zou er dolblij mee zijn, maar voor het Loiredal is het doorsnee - maar het feit dat er al eeuwen voordat er torens en muren verrezen een verdedigingswerk was in de vorm van een onderaards gangenstelsel. Opnieuw leren we dat de bodem hier veelal bestaat uit tufsteen, dat niet alleen goed te bewerken en als bouwmateriaal te gebruiken is, maar ook prima uitgegraven kan worden. Behalve abdijen en kastelen is de streek dan ook nog eens vele grotwoningen rijk.
 |
| Brézé: boven de grond een kasteeltje als elk ander |
Het interessantste deel van kasteel Brézé bevindt zich dus onder de grond. Je kunt er in ook (coronacheck, mondkapje): niet de volledige vier kilometer, maar ver en diep genoeg om een indruk te krijgen. Men heeft zich trouwens niet beperkt tot gangen, ook de gracht rond het slot is een indrukwekkende 18 meter diep. In de wanden daarvan zijn dan weer opslagruimter uitgehowen, en niet te vergeten wijnkelders, want o ja, de Loire is natuurlijk een van de beroemde wijngebieden van Frankrijk.
 |
| De droge gracht van Brézé |
Het Nederlandse woord "gracht" impliceert trouwens water, waar in dit geval geen sprake van is. Het Engelse "moat" heeft die connotatie niet, en vast en zeker kent het Frans ook subtielere (mij helaas onbekende) nuances. Brézé heeft een "dry moat". Een droge gracht roept bij mij het beeld op van een erg warme zomer. Als je ergens in Nederland een sleuf van achttien meter diep graaft, moet het al raar lopen als daar niet vanzelf water in komt te staan...
Van Brézé door naar Saumur, een wat grotere plaats met een wat groter kasteel. We zijn terug bij de Loire, en het kasteel van Saumur torent daar hoog en fier bovenuit: een klassiek geval van dominantie. De dreiging van Vikingen wordt genoemd als reden voor een verschansing, maar een tolletje of twee zal hier in de loop der jaren toch ook wel geheven zijn. Gezien het uur van de dag zien we af van het interieur. Gelukkig mag je hier ook zonder coronacheck en mondkapje omheen lopen, en zowel naar boven als naar beneden gapen naar het soort visuele impressie waar je het allemaal voor doet.
 |
| Saumur: Hoog en ongenaakbaar |
Weliswaar troont het kasteel hoog en ongenaakbaar, de wandeling omlaag naar het stadje Saumur ziet er haalbaar uit. Het blijkt zelfs een keurig aangelegde route. Jammer dat er niet zoveel te beleven valt: leuk is een set houten spellen van het formaat sjoelbak dat kennelijk uit promotie-doeleinden is neergezet, maar op het gebied van stadsschoon is er niet veel te halen. Dan maar weer omhoog, we hebben nog wel meer te doen.
 |
| De Loire vanaf de Saumuur |
De dag loopt op zijn eind, en wij ook. Montsoreau moet nog een kasteel hebben, en Candes schijnt de moeite waard te zijn. De afstanden tussen onze bestemmingen zijn aangenaam klein, met tien kilometer ben je al snel een kasteel verder. We moeten trouwens ook aan eten gaan denken: we hebben onze gastheren laten weten dat we geen gebruik zullen maken van hun kookkunsten, maar dat legt verplichtingen op.
 |
| Spelletjes in Saumur |
De route voert direct langs de Loire, oostwaarts. Een brede rivier, met een waterstand die zichtbaar hoger is dan waar de natuur op dit moment op had gerekent: het groen aan de oevers staat onder. 's Zomers kan de Loire juist heel laag komen te staan, hadden we gelezen; maar allicht heeft het hier de afgelopen week ook bovengemiddeld geregend, al was het dan niet de zondvloed in het afwatergebied van de Maas.
 |
| Montsoreau |
Het kasteel van Montsoreau staat direct aan de rivier, de weg kan er amper voorlangs. Veel meer dan een tweetal torens is het niet. We lopen er even omheen, maar het vinden van een voederplaats krijgt nu voorrang. De Franse mores schrijven voor dat er niet eerder dan om 19 uur gegeten zal worden; ons Nederlandse ritme verlangt een digestie die niet na 20:30 inzet. Dat is een smalle marge. Google wordt geraadpleegd, maar blijkt niet op alle punten betrouwbaar. Candes dan maar. Een leuk dorpje langs de rivier, één straat met uniforme tufstenen huizen, één restaurant, dat ons een tafel buiten biedt. De beste lokale weersvoorspelling doet regen vermoeden, dus liever niet. Verderop belooft Google een pizzatent; het blijkt een busje op een parkeerplaats, dat dusdanig goede zaken doet dat de eerste pizza pas om 20 uur beschikbaar komt. Wacht, we spotten "La Plage de Montsoreau" in de app, en gebeld blijkt daar plek om 19 uur. Teruggereden, waar is dat strand? Uiteindelijk komen we weer precies achter het kasteel terecht dat we een uur geleden nauwelijks een blik waardig achtten, maar waar we nu blij zijn op de binnenplaats aan een tafeltje neer te kunnen zijgen. Gelukkig houdt het weer zich goed en wordt het zelfs nog een beetje zonnig en warm. Pfff, vakantie is zwaar...
 |
| Avondmaal aan het Strand van Montsoreau |
Na het eten (OK) terug naar ons stekkie. Daar treffen we André en de Ander languit op de bank in de woonkamer aan, genietend van een avond vrij nadat niet alleen wij maar ook de andere gasten een maaltijd elders hadden verkozen. Deze vorm van B&B biedt wat weinig privacy. Ik blog een beetje, Margrieta blijkt zo goed als in slaap te zijn wanneer ik tot de conclusie kom dat ik nog onvoldoende in de stemming ben om de dagen passend te verslaan. We zijn volop op vakantie, maar het moet toch nog een beetje indalen.
Reacties
Een reactie posten